Architectuur

Gevels worden weer sierlijk, en dat is een bewuste keuze

· 5 min leestijd

Twintig jaar lang ging de trend maar één kant op: strakker, kaler, egaler. Elke nieuwbouwwijk kreeg dezelfde grijze of witte platte gevels, zonder reliëf, zonder verhaal. Die periode loopt nu ten einde. Architecten kiezen weer bewust voor bewerkte baksteen, gerild metselwerk en gevels met een patroon dat je met je hand kunt voelen. Het is geen nostalgie, het is een reactie op alles wat er de afgelopen decennia verdween.

De verandering komt niet uit het niets. Ontwerpers merken al jaren dat kale, vlakke gevels goed werken op een render, maar in het echt weinig te bieden hebben op straatniveau. Zonder schaduwwerking of reliëf oogt een gebouw overdag vaak plat en 's avonds bijna onzichtbaar. Textuur lost dat op, en juist daarom duikt bewerkte baksteen nu op in projecten die eerder gewoon met glad stucwerk zouden zijn afgewerkt.

Waarom de kale gevel zijn glans verloor

De minimalistische gevel was ooit een statement tegen overdaad. Inmiddels staat hij in bijna elke straat, en daarmee verloor hij precies wat hem aantrekkelijk maakte: onderscheid. Architect Mike McMahon, die met zijn studio in Londen werkt aan projecten als Royalty Studios in Notting Hill, ziet die vermoeidheid dagelijks terug bij opdrachtgevers. Zijn studio ontwierp voor dat project een gevel met gesculpteerde baksteen die hij zelf omschrijft als "a contemporary crown", een gevel die het gebouw een eigen gezicht geeft in plaats van op te gaan in de straat.

Dat sluit aan bij een bredere verschuiving die ook ons artikel over biofiel ontwerp al signaleerde: mensen willen gebouwen die iets doen met licht, schaduw en textuur, niet alleen vlakke oppervlakken die goed fotograferen.

Bewerkte baksteen als nieuw handschrift

Waar de gevel van de afgelopen jaren vooral glad stucwerk of grote platen liet zien, komt er nu reliëf terug. Gerilde bakstenen, waarbij het oppervlak van elke steen een golving of groef krijgt, vangen zonlicht op een manier die een vlakke muur nooit kan. Op sommige uren van de dag werpt de gevel schaduwlijnen, op andere momenten lijkt hij bijna glad. Metselaars gebruiken daarnaast weer patronen zoals visgraat- en korenaarverband, technieken die decennia geleden gewoon waren en nu terugkeren als bewuste ontwerpkeuze in plaats van standaardpraktijk.

Het resultaat oogt ambachtelijk zonder ouderwets te worden, precies de balans die veel architecten nu zoeken. Wie thuis al experimenteert met textuur in het interieur, herkent het principe: het is dezelfde gedachte achter wandpanelen als upgrade voor een kale muur, alleen dan toegepast op de buitenkant van het gebouw.

Circulaire bakstenen die er ook nog goed uitzien

Wat deze trend extra relevant maakt, is dat hij niet ten koste gaat van duurzaamheid. Voor het Hampton Court Palace Garden Festival gebruikte McMahon K-Briq-eenheden, bakstenen die voor 95 procent uit gerecycled bouwafval bestaan en zonder oven worden geperst. Ze zien er niet uit als een compromis, ze zien er precies zo uit als het handgemaakte metselwerk dat ze imiteren. Voor Nederlandse bouwers is dat een interessant signaal: circulair bouwen hoeft geen esthetische stap terug te betekenen. De baksteen zelf, als bouwmateriaal, heeft een geschiedenis van duizenden jaren en blijkt zich telkens opnieuw aan te passen aan de eisen van de tijd.

Hoe je deze trend herkent in de praktijk

Bewerkte baksteen komt in meerdere vormen voor, en het loont om het verschil te kennen als je zelf gaat kijken naar voorbeelden of met een architect praat. Gerilde stenen hebben een gegolfd of geribbeld oppervlak, waardoor licht er letterlijk overheen glijdt. Reliëfmetselwerk werkt met stenen die per laag iets vooruit of achteruit springen, zodat er een driedimensionaal patroon ontstaat zonder dat er extra materiaal nodig is. Klassieke verbanden als visgraat of korenaar geven weer een ander effect: geen diepte, maar wel beweging in het platte vlak. Alle drie de technieken bestaan al eeuwenlang, wat nieuw is, is dat ze weer bewust worden ingezet in eigentijdse projecten in plaats van gereserveerd te blijven voor restauraties.

Voor wie zelf gaat bouwen is dit ook een praktische vraag waard om te stellen aan de architect of aannemer: welk verband past bij de rest van de straat, en waar in het ontwerp mag de gevel juist afwijken. Een enkele muur met reliëf, bijvoorbeeld rond de voordeur of bij een uitbouw, heeft vaak al genoeg impact zonder dat de hele woning drastisch duurder wordt.

Wat dit betekent voor een Nederlandse (ver)bouw

In Nederland zie je de eerste tekenen van deze trend al bij architectenbureaus die metselwerk niet meer als sluitpost behandelen, maar als ontwerpelement. Een gevel met een subtiel reliëf kost meer werkuren dan een vlakke stenen muur, maar vraagt niet per se om duurdere materialen. Wie een nieuwbouwwoning of aanbouw plant, kan bij de metselaar nu al vragen naar verbanden met patroon of licht gerilde stenen in plaats van de standaard strekse laag. Het prijsverschil zit vooral in arbeid, niet in het steenformaat zelf.

Deze ontwikkeling past ook bij een trend die we eerder beschreven: net zoals donkere muren in het interieur weer helemaal terug zijn, keert in de architectuur de gedachte terug dat een gevel karakter mag tonen in plaats van zich te verontschuldigen voor zijn aanwezigheid.

Dit zie je de komende jaren steeds vaker

De kale gevel verdwijnt niet van de ene op de andere dag, daarvoor staat er te veel van gebouwd. Maar bij nieuwbouw en verbouwingen kiezen steeds meer architecten bewust voor textuur, patroon en een baksteen die iets te vertellen heeft. Voor wie zelf gaat bouwen of verbouwen, is dit het moment om de metselaar niet alleen te vragen wat het goedkoopst is, maar ook wat er mogelijk is met verband en reliëf. Het verschil tussen een anonieme gevel en een gevel die je herkent, zit vaak in een paar centimeter diepte die je met je vingers kunt aftasten.

A
Geschreven door Annelies Verhoef Interieur redacteur

Annelies is binnenhuisarchitect met een passie voor persoonlijke ruimtes en een overvolle mappenordner vol knipsels uit woonbladen die ze al sinds haar zestiende verzamelt. Ze gelooft heilig dat een slaapkamer meer is dan een plek om te slapen en dat de juiste kussens letterlijk je humeur kunnen veranderen. Haar advies is warm, betaalbaar en altijd uitvoerbaar, want ze weet als geen ander dat niet iedereen een IKEA-budget heeft, laat staan een designbudget. In haar vrije tijd struint ze kringloopwinkels af op zoek naar verborgen schatten, en ja, ze heeft ooit een complete eetkamerset gevonden voor dertig euro. Annelies schrijft over interieur, slaapkamers en hoe je een huis een thuis maakt, met tips die je dezelfde middag nog kunt uitvoeren.